Nieuws

Het zomerakkoord van de regering

Over ons > Nieuws >

Hervorming vennootschapsbelasting: zomerakkoord dd. 26/07/2017: Let op! Op heden zijn er nog geen goedgekeurde wetteksten beschikbaar. Onderstaand overzicht is nog niet definitief en voorlopig nog onvolledig.
Onderstaande maatregelen zullen van toepassing zijn vanaf aj. 2019.

Voordelen Compenserende maatregelen

1. Tariefverlaging naar 29%, crisisbijdrage 2%, KMO-tarief van 20% op eerste schijf van 100.000 EUR
2. Investeringsaftrek naar 20%
3. DBI-aftrek 100%

4. Beperking notionele interestaftrek
5. Minimumbelasting
6. Meerwaarde op aandelen
7. Vooruitbetaalde kosten
8. Herbeleggingsmeerwaarden
9. Voorzieningen voor risico’s en kosten
10. Compliance-regels
11. Kapitaalverminderingen
12. Minimumbezoldiging
13. Investeringsreserve

VOORDELEN

1. Tariefverlaging (nieuw artikel 215 lid 2 WIB92)
Vanaf aj. 2019 Vanaf aj. 2021
Gewoon tarief 29% 25%
Kmo’s
(verlaagd tarief voor deel belastbare grondslag ≤ 100.000 EUR)
Geldig voor kmo’s conform nieuw art. 215*, derde lid, 1°, 2°, 4° en 6° WIB92 EN
Kleine vennootschappen conform art. 15, §§ 1-6 W.Venn
20% 
Crisisbijdrage 2% 


*Volgende voorwaarden worden gewijzigd in artikel 215 WIB92 vanaf aj. 2019:

Tot aj. 2018 Vanaf aj. 2019
Min. 50% aandeelhouders natuurlijke persoon (art. 215 derde lid, 2° WIB92)

Geen financiële vennootschap (art. 215 derde lid, 1° WIB92)

Max. 13%- regel van fiscaal gestort kapitaal als dividend (art. 215 lid 3 3° WIB92)

Max. 322.500 winst (art. 215 lid 2 WIB92)


Min. 45.000 EUR bezoldiging bedrijfsleider/ natuurlijk persoon
Kleine vennootschap conform art. 15 W. Venn.


2. Investeringsaftrek
De investeringsaftrek van 8% voor kleine vennootschappen (art. 69 §1 lid 1 in fine WIB92 aj. 2018) wordt verhoogd naar 20 %, zowel voor KMO's als voor zelfstandigen. Deze verhoging geldt voor investeringen gedaan tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.

3. Verhoging DBI-aftrek
De DBI-aftrek wordt vanaf aj. 2019 verhoogd naar 100% ipv het huidige 95%.

COMPENSERENDE MAATREGELEN

4. Beperking NIA
Beperking tot de aangroei van het risicokapitaal van de laatste 5 jaren (o.b.v. gewogen gemiddelde) (de beperkte incrementele NIA van het jaar zelf). De overdrachtsregeling blijft bestaan.

5. Minimumbelasting
De nieuwe regel bestaat erin dat een resterend belastbaar resultaat (na toepassing van de niet-beperkte aftrekken) van maximum 1 miljoen EUR met een beperkte korf mag gecompenseerd worden. Boven die drempel kan het resterende belastbaar resultaat slechts ten belope van 70% gecompenseerd worden met deze aftrekken. Deze maatregel zal een wijziging van de volgorde van de huidige 9 bewerkingen in de vennootschapsbelasting tot gevolg hebben (nieuw artikel 207 WIB92).
Korf = overgedragen verliezen + NIA (de beperkte incrementele NIA van het jaar zelf) + overgedragen DBI + overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten + overgedragen NIA (beperking tot 7 jaar)



Opmerking: voor kleine vennootschappen geldt de aftrekbeperking inzake de overgedragen verliezen niet gedurende de eerste vier boekjaren na de oprichting.

De nieuwe volgorde van de bewerkingen zou er als volgt uitzien (nieuw art. 207 WIB 92):
Tot aanslagjaar 2018 Vanaf aanslgjaar 2019

1) Som van (beweging belaste reserves, verworpen uitgaven, uitgekeerde dividenden)
Eliminatie van bestanddelen “waarop de aftrekbeperking van toepassing is

2) Omdeling resultaat naar oorsprong : Belgisch resultaat, resultaat uit landen “met verdrag” en resultaat uit landen “zonder verdrag”
3) Aftrek winst uit landen “met verdrag” en aftrek “niet belastbare bestanddelen”
4) Aftrek definitief belaste inkomsten van het jaar zelf en overdracht
5) Aftrek voor octrooi-inkomsten en aftrek voor innovatie- inkomsten
6) NIA 6) Aftrek voor innovatie-inkomsten
7) Overgedragen verliezen 7) Investeringsaftrek van het jaar zelve + overgedragen
8) Investeringsaftrek 8) Beperkt incrementele NIA van het jaar zelf
9) Overgedragen NIA (7 jaar) 9) Overgedragen DBI
10) Overgedragen innovatie-aftrek
11) Overgedragen verliezen
12) Overgedragen NIA (onbeperkt)
13) Overgedragen NIA (7 jaar)


6. Meerwaarde op aandelen
De vrijstelling van meerwaarden op aandelen wordt vanaf aj. 2019 ook onderworpen aan de participatievoorwaarde
Meerwaarden op aandelen tot aj. 2018:


Meerwaarden op aandelen vanaf aj. 2019:

7. Vooruitbetaalde kosten
Vooruitbetaalde kosten zijn op basis van Com/IB92 nr. 49/12-13 aftrekbaar als beroepskosten in het boekjaar van de betaling. Zo kan een vennootschap een in één keer vooruitbetaalde huur in één keer aftrekken (dit principe wordt dikwijls gehanteerd als een optimalisatietechniek bij de eindejaarsafsluiting), maar zij kan de aftrek ook spreiden door een passende verwerking in de boekhouding (overlopende rekening – over te dragen kosten).
Vooruitbetaalde kosten zullen in de vennootschapsbelasting niet langer aftrekbaar zijn in het jaar waarin ze zijn vooruitbetaald, m.a.w. het boekhoudkundig matching-principe (artikel 33 KB/W.Venn.) moet vanaf 2018 fiscaal doorwerken (introductie van een nieuw artikel 195/1 WIB92).

8. Herbeleggingsmeerwaarden
Een andere eventuele optimalisatietechniek die zich voordoet bij een tariefverlaging en die de pas afgesneden wordt is de volgende:
Voorbeeld:
Boekjaar 2017: meerwaarde vrijstellen of gespreid laten belasten in de volgende boekjaren, ook al is men niet van plan om te herbeleggen
Boekjaar na 2017 waarin de herinvesteringstermijn verstrijkt: gezien er niet tijdig wederbelegd werd, dient de meerwaarde belast te worden in dit boekjaar (aan het nieuwe lage tarief van de venb. 2018 ?)
Het zomerakkoord voorziet dat deze meerwaarde dient belast te worden aan het tarief dat van toepassing was in het jaar van realisatie van de meerwaarde. In het concrete voorbeeld, dus aan het tarief venb. van boekjaar 2017, zijnde 33,99% en niet het nieuwe verlaagde tarief.

9. Voorzieningen voor risico’s en kosten
Enkel voorzieningen die voortvloeien uit een op balansdatum bestaande wettelijke of reglementaire verplichting (zoals bv. garantieverplichtingen, ontslagen na betekening van het ontslag of SWT, hangende geschillen voortkomende uit door de vennootschap omschreven wettelijke of contractuele verplichtingen, …) zijn voortaan vrijstelbaar (nieuw artikel 194 WIB92). Voorzieningen voor bijvoorbeeld grote herstellings- of onderhoudswerken, zullen dus niet meer vrijgesteld worden.

10. Compliance-regels

Afschaffing huidig art. 163 WIB 92 voor vennootschappen. Vennootschappen betalen STEEDS een vermeerdering igv onvoldoende voorafbetalingen, zelfs al is de verhoging minder dan 0,5% van de belasting waarop ze berekend is. De basisrentevoet voor voorafbetalingen wordt verhoogd van 1% naar 3%

Effectieve belasting op belastingsupplement nav controle

Hervorming moratorium – en nalatigheidsintresten
Moratoriumintresten (te voldoen door de fiscus) zullen vanaf 2018 gekoppeld worden aan de OLO en minimum 2% bedragen. Nalatigheidsintresten (te voldoen door de belastingplichtige) zullen steeds 2% hoger liggen dan de moratoriumintresten

11. Kapitaalverminderingen
De aanrekenregels met betrekking tot kapitaalverminderingen worden gewijzigd. De vennootschap heeft tot op heden het recht om te bepalen op welk deel van haar maatschappelijk kapitaal de terugbetaling betrekking heeft (ComIB/92, nr. 18/30). Vanaf 2018 zullen kapitaalverminderingen moeilijker volledig belastingvrij kunnen gebeuren doordat de aanrekening pro rata zal moeten gebeuren op gestort kapitaal EN belaste reserves (met toepassing van roerende voorheffing als gevolg). Volgens de recentste versie van de ontwerpmemorie van toelichting zou de nieuwe maatregel van toepassing zijn op de door de algemene vergadering vanaf 1 januari 2018 besliste kapitaalverminderingen. Om dus nog een vermindering te doen onder het huidige regime, zou het volstaan dat de beslissing van de algemene vergadering (genomen overeenkomstig het W.Venn.) in 2017 gebeurt. (Fisc. Act. 2017/37, pg. 7-8).

Voorbeeld:

Kapitaal: 10.000 EUR (10%)
Belaste reserves: 90.000 EUR (90%)

Kapitaalvermindering van 80.000 EUR:
- 8.000 EUR = kapitaalvermindering vrij van RV (10%)
- 72.000 EUR = wordt fiscaal als dividend beschouwd (90%)

12. Minimumbezoldiging
Een bijkomende en aftrekbare afzonderlijke aanslag van 5% (vanaf aj. 2019 en voor 2020) en 10% (vanaf aj. 2021) op het positieve verschil tussen de wettelijke minimumbezoldiging en de hoogste bezoldiging die de vennootschap aan een van haar bedrijfsleiders heeft toegekend voor elke vennootschap die geen minimumbezoldiging uitkeert tbv 45.000 EUR aan minstens één bedrijfsleider/natuurlijke persoon (uitgezonderd starters, zijnde kleine vennootschappen gedurende de eerste vier belastbare tijdperken na hun oprichting) (nieuw artikel 219quinquies WIB92).

13. Investeringsreserve
De investeringsreserve wordt opgeheven voor nieuwe investeringen, in belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 1 januari 2018. Er is wel voorzien in een uitdovingsregeling.

 

Vul hier uw gegevens in, en wij contacteren u zo snel mogelijk.

* Verplichte velden